Modelreglement 1992

Modelreglement 1992

Het betreft het ‘Modelreglement voor splitsing in appartementsrechten voor normale splitsingen’,
zoals opgesteld door de Koninklijke Notariële Broederschap per januari 1992.

A. Definities

Artikel 1

In het reglement wordt verstaan onder:
a. “akte”: de akte van splitsing;
b. “gebouw”: het gebouw of de gebouwen dat/die in de splitsing is/zijn betrokken;
c. “eigenaar”: de gerechtigde tot een appartementsrecht, als bedoeld in artikel 5:106 vierde lid
van het Burgerlijk Wetboek;
d. “gemeenschappelijke gedeelten”: die gedeelten van het gebouw alsmede de daarbij
behorende grond die blijkens de akte niet bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te
worden gebruikt;
e. “gemeenschappelijke zaken”: alle zaken die bestemd zijn of worden om door alle eigenaars of
een bepaalde groep van eigenaars gebruikt te worden voor zover niet vallende onder d;
f. “privé gedeelte”: het gedeelte of de gedeelten van het gebouw en de daarbij behorende grond
dat/die blijkens de akte bestemd is/zijn of wordt/worden om als afzonderlijk geheel te worden
gebruikt;
g. “gebruiker”: degene die het gebruik heeft als bedoeld in artikel 5:120 van het Burgerlijk
Wetboek;
h. “vereniging”: de vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder e van
het Burgerlijk Wetboek;
i. “vergadering”: de vergadering van eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 tweede lid onder d
van het Burgerlijk Wetboek;
j. “bestuur”: het bestuur van de vereniging als bedoeld in artikel 5:131 van het Burgerlijk
Wetboek, gevormd door één of meer bestuurders;
k. “ondersplitsing”: de splitsing in appartementsrechten als bedoeld in artikel 5:106 tweede lid
van het Burgerlijk Wetboek. De daarbij ontstane appartementsrechten worden als
“onderappartementsrechten” aangeduid en de eigenaar van een zodanig appartementsrecht
als “ondereigenaar”.

B. Aandelen die door de splitsing ontstaan en aandelen in de verplichting tot het bijdragen
in de schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn

Artikel 2

1. Ieder der eigenaars is in de gemeenschap gerechtigd voor het nader in de akte te bepalen
breukdeel.
2. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde breukdelen gerechtigd tot de
gemeenschappelijke baten.
3. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde breukdelen verplicht bij te dragen in de
schulden en kosten, die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn.
4. Ingeval van ondersplitsing gelden de rechten en verplichtingen van de eigenaar van het in
de ondersplitsing betrokken appartementsrecht als rechten en verplichtingen van de
ondereigenaars gezamenlijk in overeenstemming met de bepalingen die vastgesteld zijn bij
het reglement van ondersplitsing.

C. Schulden en kosten voor rekening van de gezamenlijke eigenaars

Artikel 3

1. Tot de schulden en kosten als bedoeld in artikel 5:112 eerste lid onder a van het Burgerlijk
Wetboek worden gerekend:
a. die welke gemaakt zijn in verband met het onderhoud of het gebruik van de
gemeenschappelijke gedeelten of van de gemeenschappelijke zaken of tot het behoud
daarvan;
b. die welke verband houden met noodzakelijke herstellingswerkzaamheden en
vernieuwingen van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken,
voor zover die ingevolge het reglement of een rechterlijke beslissing als bedoeld in artikel
5:121 van het Burgerlijk Wetboek niet ten laste komen van bepaalde eigenaars, en voor
zover die niet vallen onder a;
c. de schulden en kosten van de vereniging;
d. het bedrag van de schadevergoeding door de gezamenlijke eigenaars als zodanig
verschuldigd aan één van hen of een derde;
e. de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten verbonden aan het optreden als eiser of als
verweerder door of namens de gezamenlijke eigenaars, onverminderd het bepaalde in
artikel 6 derde lid;
f. de premies verschuldigd uit hoofde van de verzekeringen, die door het reglement zijn
voorgeschreven of waartoe ingevolge artikel 8 door de vergadering is besloten;
g. de verschuldigde publiekrechtelijke lasten voor zover geen aanslag is opgelegd aan de
afzonderlijke eigenaars;
h. de verwarmingskosten, waaronder begrepen de kosten van de warmwaterinstallaties, de
brandstofkosten, de kosten van het onderhoud van de verwarmingsinstallaties, de op de
desbetreffende kosten betrekking hebbende administratie, alsmede, voor zover van
toepassing, de kosten van registratie en de berekening van het warmteverbruik, alles voor
zover het gemeenschappelijke installaties betreft;
i. de kosten van het waterverbruik door de eigenaar van een appartementsrecht voor zover
de eigenaars daarvoor niet afzonderlijk worden aangeslagen;
j. alle overige schulden en kosten, gemaakt in het belang van de gezamenlijke eigenaars als
zodanig.

D. Jaarlijkse exploitatierekening, begroting en te storten bijdragen

Artikel 4

1. Na afloop van elk boekjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar, wordt door het bestuur een
exploitatierekening over dat boekjaar opgesteld en ter vaststelling aan de jaarlijkse
vergadering voorgelegd. Deze exploitatierekening omvat enerzijds de baten en anderzijds
de lasten over dat boekjaar, waaronder begrepen een naar tijdsduur evenredig gedeelte
van de te begroten onderhoudskosten die op meer jaren betrekking hebben, inbegrepen
noodzakelijke vernieuwingen.
Zo tot vorming van een reservefonds als bedoeld in artikel 32 eerste lid is besloten, wordt
onder de lasten begrepen een telkenjare door de vergadering vast te stellen bedrag ten
behoeve van een zodanig reservefonds.
2. Op grond van de vastgestelde exploitatierekening worden de definitieve bijdragen van de
eigenaars door het bestuur met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 2
derde lid vastgesteld, met dien verstande dat de definitieve bijdragen in de plaats treden
van de in artikel 5 tweede lid bedoelde voorschotbijdragen en dat hetgeen als
voorschotbijdragen is betaald in mindering wordt gebracht.
3. Indien over enig boekjaar de voorschotbijdragen, als bedoeld in artikel 5 tweede lid, de
definitieve bijdragen te boven gaan, zal het verschil aan de eigenaars worden terugbetaald,
tenzij de vergadering anders besluit.
4. Indien over enig boekjaar de definitieve bijdragen de voorschotbijdragen te boven gaan,
moeten de eigenaars dit tekort binnen een maand na de vaststelling van de
exploitatierekening aanzuiveren.
5. Ingeval van ondersplitsing dient het boekjaar van de vereniging van ondereigenaars gelijk
te zijn aan het boekjaar als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5

1. Van de gezamenlijke schulden en kosten – waaronder begrepen een naar tijdsduur
evenredig gedeelte van de te begroten kosten als bedoeld in artikel 4 eerste lid – wordt
jaarlijks door het bestuur een begroting voor het aangevangen of het komende boekjaar
ontworpen en aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. Deze vergadering stelt de
begroting vast.
2. Bij het vaststellen van de begroting bepaalt de vergadering tevens het bedrag, dat bij wijze
van voorschotbijdragen door de eigenaars verschuldigd is, alsmede het aandeel van iedere
eigenaar daarin, vastgesteld met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel
2 derde lid.
De eigenaars zijn verplicht met ingang van een door het bestuur te bepalen datum
maandelijks één/twaalfde van het bedoelde aandeel aan de vereniging te voldoen.

Artikel 6

1. Indien een eigenaar het ingevolge artikel 4 en/of artikel 5 door hem aan de vereniging
verschuldigde bedrag niet binnen een maand, nadat het bedrag opeisbaar is geworden,
aan de vereniging heeft voldaan, is hij zonder dat enige ingebrekestelling is vereist in
verzuim en is hij over dat bedrag, van de datum van opeisbaarheid af, een rente
verschuldigd, berekend op basis van de wettelijke rente ten tijde van de dag van
opeisbaarheid verhoogd met twee punten, met een minimum van 4,54 euro (€ 4,54) of
zoveel meer als de vergadering telkenjare mocht vaststellen. Het bestuur is bevoegd dit
bedrag te matigen.
Artikel 29 is niet van toepassing.
2. Indien een eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage niet binnen zes maanden na
verloop van de termijn als bedoeld in artikel 4 vierde lid heeft voldaan, wordt zijn schuld
omgeslagen over de andere eigenaars in de onderlinge verhouding als is bepaald in artikel
2 derde lid, ongeacht de maatregelen die jegens de nalatige eigenaar kunnen worden
genomen en onverminderd recht van verhaal van de andere eigenaars op eerstgenoemde.
3. Een eigenaar is verplicht alle door de vereniging gemaakte kosten, die van rechtskundige
bijstand daaronder begrepen, voor het verhalen van het door die eigenaar aan de
vereniging verschuldigde, zowel in als buiten rechte, aan de vereniging te vergoeden.

Artikel 7

1. Voor het geval een appartementsrecht behoort tot een gemeenschap, zijn de deelgenoten
hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen, die uit de gerechtigdheid tot dat
appartementsrecht voortvloeien, tenzij de onverdeeldheid het gevolg is van een
ondersplitsing.
2. Ingeval van ondersplitsing zijn de eigenaars van de onderappartementsrechten
gezamenlijk aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen die uit de
gerechtigdheid tot het in de ondersplitsing betrokken appartementsrecht voortvloeien, voor
zover in dit reglement niet anders bepaald.

E. Verzekeringen

Artikel 8

1. Het bestuur zal het gebouw verzekeren bij één of meer door de vergadering aan te wijzen
verzekeraars tegen water-, storm-, brand- en ontploffingsschade en zal tevens een
verzekering afsluiten voor de wettelijke aansprakelijkheid, die kan ontstaan voor de
vereniging en voor de eigenaars als zodanig. Voorts zal de vergadering bevoegd zijn te
besluiten tot het aangaan van verzekeringen tegen andere gevaren of tegen de wettelijke
aansprakelijkheid van een bestuurder.
2. Het bedrag der verzekeringen wordt vastgesteld door de vergadering; het zal wat de
brandverzekering betreft moeten overeenstemmen met de herbouwkosten van het
gebouw; de vraag, of deze overeenstemming bestaat, zal periodiek gecontroleerd moeten
worden in overleg met de verzekeraar.
3. Verzekeringsovereenkomsten worden door het bestuur afgesloten ten name van de
vereniging en de gezamenlijke eigenaars. Het is daartoe, voor zover het betreft de in de
eerste zin van het eerste lid bedoelde verzekeringen, slechts bevoegd indien het bepaalde
in het vijfde lid wordt nageleefd.
4. De eigenaars verbinden zich de uit hoofde van de verzekeringsovereenkomsten als
bedoeld in de eerste zin van het eerste lid uit te keren schadepenningen, indien deze een
bedrag gelijk aan één procent van de verzekerde waarde van het gebouw te boven gaan,
te doen plaatsen op een voor de financiering van het herstel van de schade krachtens
besluit van de vergadering door het bestuur te openen afzonderlijke rekening ten name van
de vereniging, die de op deze rekening gestorte gelden zal houden voor de eigenaars. Ten
aanzien van de op deze rekening te storten gelden is artikel 32 derde tot en met vijfde lid
van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de gelden steeds bestemd
moeten blijven voor het herstel of de wederopbouw, onverminderd artikel 5:136 vierde lid
van het Burgerlijk Wetboek. In geval van toepassing van het bepaalde in laatstgenoemde
artikel zal, indien een eigenaar zich heeft schuldig gemaakt aan een daad of verzuim,
welke krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke
ongehoudenheid van de verzekeraar tot uitkering van de schadepenningen tot gevolg zou
hebben, de uitkering van het aandeel van de desbetreffende eigenaar dienen te
geschieden aan de verzekeraar.
5. Het bestuur dient ervoor te zorgen, dat de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de
eerste zin van het eerste lid de volgende clausule bevatten:
“Zolang de eigendom van het hierbij verzekerde gebouw gesplitst is in
appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende voorwaarden.
Een daad of verzuim van een eigenaar, welke krachtens de wet of de
verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van ondergetekenden
tot uitkering van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, laat de uit deze polis
voortvloeiende rechten onverlet.
Niettemin zullen de ondergetekenden in zodanig geval gerechtigd zijn, mits zij voor de
uitkering de wens daartoe te kennen hebben gegeven, een aandeel in de
schadepenningen overeenkomende met het aandeel waarin de desbetreffende eigenaar in
de gemeenschap gerechtigd is, van deze terug te vorderen. Ingeval van toepassing van
artikel 5:136 vierde lid van het Burgerlijk Wetboek zal de uitkering van het aandeel in
bedoeld geval in plaats van aan de eigenaar geschieden aan de ondergetekenden. Gaat
de verschuldigde uitkering een bedrag van elfhonderd vierendertig euro en 45 eurocent (€
1.134,45) te boven, dan geschiedt zij op de wijze te bepalen door de vergadering van
eigenaars, zulks blijkende uit een door de voorzitter gewaarmerkt afschrift van de notulen
der vergadering.
Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zullen ondergetekenden
tegenover alle belanghebbenden volledig zijn gekweten.”.
6. In geval door de vergadering besloten wordt tot herstel of herbouw, is het bepaalde in
artikel 5:136 tweede tot en met vierde lid van het Burgerlijk Wetboek en artikel 5:138 van
het Burgerlijk Wetboek van toepassing, met dien verstande dat uitkering van het aan iedere
eigenaar toekomende aandeel in de schadepenningen aan deze slechts zal kunnen
geschieden met toestemming van degenen die op het desbetreffende appartementsrecht
een recht van hypotheek hebben.
7. Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor herstel of herbouw, draagt
iedere eigenaar bij in het tekort, in de verhouding als is bepaald in artikel 2 derde lid,
onverminderd het verhaal op degene die voor de schade aansprakelijk is.
8. Iedere eigenaar is bevoegd een aanvullende verzekering te sluiten.
In het geval bedoeld in artikel 5:119 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek is het bestuur
tot het sluiten van een aanvullende verzekering verplicht.
9. Leidt het gebruik van een privé gedeelte tot verhoging van de verzekeringspremie, dan
komt die verhoging voor rekening van de desbetreffende eigenaar.

F. Gebruik, beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken

Artikel 9

1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken worden ondermeer
gerekend, voor zover aanwezig:
a. de funderingen, de dragende muren en de kolommen, het geraamte van het gebouw met
de ondergrond, het ruwe metselwerk, alsmede de vloeren met uitzondering van de
afwerklagen in de privé gedeelten, de buitengevels, waaronder begrepen de raamkozijnen
met glas, de deuren welke zich in de buitengevel bevinden of de scheiding vormen tussen
het gemeenschappelijk en het privé gedeelte, de balkonconstructies, de borstweringen, de
galerijen, de terrassen en de gangen, de daken, de schoorstenen en de ventilatiekanalen,
de trappenhuizen en de hellingbanen, het hek- en traliewerk voor zover het geen privé
tuinafscheidingen betreft, alsmede het (standaard) hang- en sluitwerk aan kozijnen welke
aan de buitengevel van het gebouw zitten;
b. de technische installaties met de daarbij behorende leidingen, met name voor de centrale
verwarming (met inbegrip van de radiatoren en radiatorkranen in de privé gedeelten) en
voor luchtbehandeling, de vuilafvoer, de leidingen voor de afvoer van hemelwater en de
riolering, de leidingen voor gas en water en verder de hydrofoor, de electriciteits- en
telefoonleidingen, de gemeenschappelijke antenne, de bliksembeveiliging, de liften, de
alarminstallatie en de systemen voor oproep en deuropeners, alles voor zover die
installaties niet uitsluitend ten dienste van één privé gedeelte strekken.
2. Het is een eigenaar of gebruiker zonder toestemming van de vergadering niet toegestaan
veranderingen aan te brengen in de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in de privé gedeelten bevinden.

Artikel 10

Indien er twijfel bestaat of een gedeelte van het gebouw of een zaak al dan niet tot de
gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken behoort, wordt hierover
beslist door de vergadering.

Artikel 11

Iedere eigenaar en gebruiker heeft het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken volgens de bestemming daarvan. Hij moet daarbij inachtnemen het
reglement, het eventuele huishoudelijk reglement en de eventuele regels als bedoeld in artikel
5:128 van het Burgerlijk Wetboek. Hij mag geen inbreuk maken op het recht van medegebruik van
de andere eigenaars en gebruikers.

Artikel 12

1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zich te onthouden van luidruchtigheid, het onnodig
verblijf in de gemeenschappelijke gedeelten, voor zover deze niet voor het verblijf voor
korte of lange tijd bestemd zijn, en het plaatsen van voertuigen of andere voorwerpen op
plaatsen die hiervoor niet zijn bestemd.
2. De wanden en/of plafonds van de gemeenschappelijke gedeelten mogen niet worden
gebruikt voor het ophangen van schilderijen of andere voorwerpen, en het aanbrengen van
decoraties en dergelijke.
3. De vergadering kan tot de in het eerste en tweede lid genoemde handelingen toestemming
verlenen en een reeds verleende toestemming intrekken.

Artikel 13

1. Iedere op-, aan- of onderbouw zonder toestemming van de vergadering is verboden.
2. Het aanbrengen aan de buitenzijde van naamborden, reclame-aanduidingen,
uithangborden, zonneschermen, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers en in
het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het hangen van wasgoed aan de
buitenzijde van het gebouw mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering
of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement.
3. De vergadering kan een reeds verleende toestemming intrekken.
4. Iedere eigenaar en gebruiker is te allen tijde bevoegd en verplicht tot het nemen van
maatregelen, die strekken tot het afwenden van een voor de gemeenschappelijke
gedeelten of de gemeenschappelijke zaken onmiddellijk dreigend gevaar. Hij is alsdan
verplicht het bestuur onmiddellijk te waarschuwen.

Artikel 14

De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen verandering in
het gebouw aanbrengen, waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd
zou worden. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het gebouw door
de verandering in gevaar zou worden gebracht.

Artikel 15

De vereniging voert het beheer en draagt de zorg voor het onderhoud van de gemeenschappelijke
gedeelten en de gemeenschappelijke zaken en rechten.

Artikel 16

Iedere eigenaar en gebruiker is tegenover de andere eigenaars en gebruikers aansprakelijk voor
de schade toegebracht aan de gemeenschappelijke gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken
en voor onredelijke hinder voor zover deze schade of hinder veroorzaakt is door de schuld van
hemzelf of van zijn huisgenoten of zijn personeel en hij is verplicht voor zover dit redelijk is
maatregelen te nemen of te dulden die de strekking hebben bedoelde schade te voorkomen.

G. Gebruik, beheer en onderhoud van de privé gedeelten

Artikel 17

1. Iedere eigenaar en gebruiker heeft het recht op uitsluitend gebruik van zijn privé gedeelte,
mits hij aan de andere eigenaars en gebruikers geen onredelijke hinder toebrengt.
2. Bij huishoudelijk reglement kan het gebruik van de privé gedeelten nader geregeld worden.
3. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht bij het gebruik van het privé gedeelte het
reglement en het huishoudelijk reglement in acht te nemen.
4. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht het privé gedeelte te gebruiken overeenkomstig
de daaraan nader in de akte gegeven bestemming.
Een gebruik dat afwijkt van deze bestemming is slechts geoorloofd met toestemming van
de vergadering. De vergadering kan bij het verlenen van de toestemming bepalen dat deze
weer kan worden ingetrokken.
In geval van een zodanig afwijkend gebruik, is artikel 5:119 tweede lid van het Burgerlijk
Wetboek van toepassing.
5. De vloerbedekking van de privé gedeelten dient van een zodanige samenstelling te zijn dat
contactgeluiden zo veel mogelijk worden tegengegaan. Met name is het niet toegestaan
parket of stenen vloeren aan te brengen, tenzij dit geschiedt op zodanige wijze dat naar het
oordeel van het bestuur geen onredelijke hinder kan ontstaan voor de overige eigenaars
en/of gebruikers.
6. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen open
vuur/haardinstallaties aanleggen. De toestemming van de vergadering kan verbonden
worden aan alsdan nader te omschrijven vereisten met betrekking tot ondermeer
brandveiligheid, verzekering en bouwconstructie.
7. In geval van ondersplitsing wordt het gebruik, beheer en onderhoud van de bij de
ondersplitsing betrokken zaken geregeld bij de ondersplitsing met inachtneming van de
bepalingen in dit reglement.

Artikel 18

1. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn privé gedeelte behoorlijk te onderhouden. Tot
dat onderhoud behoort met name het schilder-, behang- en tegelwerk, het onderhoud van
de plafonds, de afwerklagen van vloeren en balkons, van het stucwerk en van deuren en
ramen (waaronder begrepen de reparatie en vervanging van hang- en sluitwerk), het
schoonhouden en ontstoppen van alle sanitair en leidingen met uitzondering van de
leidingen als bedoeld in artikel 9 lid 1 onder b, en het schilderwerk van radiatoren.
Voorts moet iedere eigenaar en gebruiker van de deuren en raamkozijnen met glas als
bedoeld in artikel 9 eerste lid letter a die zijden die zich in gesloten toestand in het privé
gedeelte bevinden behoorlijk onderhouden voor zover dit geen vernieuwing betreft.
2. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen met
betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken, ook
wanneer die zaken zich in zijn privé gedeelte bevinden; hij dient er voor zorg te dragen dat
de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken te allen tijde goed
bereikbaar zijn.
3. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking tot de gemeenschappelijke
gedeelten of gemeenschappelijke zaken de toegang tot of het gebruik van een privé
gedeelte naar het oordeel van het bestuur noodzakelijk is, is iedere desbetreffende
eigenaar en gebruiker verplicht hiertoe zijn toestemming en medewerking te verlenen.
Eventuele schade die hieruit voortvloeit, wordt door de vereniging vergoed.
4. Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking tot een privé gedeelte de
toegang tot of het gebruik van een ander privé gedeelte noodzakelijk is, kan de
toestemming en medewerking van iedere desbetreffende eigenaar en gebruiker met
toepassing van artikel 5:121 van het Burgerlijk Wetboek vervangen worden door een
machtiging van de kantonrechter.
5. In het geval dat in een privé gedeelte belangrijke schade is ontstaan of dreigt te ontstaan of
gevaar dreigt voor ernstige hinder van de andere eigenaars en gebruikers, is iedere
eigenaar en gebruiker verplicht het bestuur onmiddellijk te waarschuwen en de nodige
maatregelen te nemen.
6. Glasschade in of aan een privé gedeelte komt voor rekening van iedere betrokken
eigenaar en gebruiker indien en voor zover er geen verzekering bestaat in de zin van
artikel 8.
Indien en voor zover wel een zodanige verzekering bestaat, draagt het bestuur zorg voor
de reparatie.

Artikel 19

Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht de gemeenschappelijke technische installaties als
bedoeld in artikel 9 eerste lid onder b, ook die, welke later met toestemming of krachtens besluit
van de vergadering zijn aangebracht, te gedogen.

Artikel 20

Het voorkomen van geluidshinder kan nader worden geregeld bij huishoudelijk reglement.

Artikel 21

1. Alle privé gedeelten, met uitzondering van de zich daarin bevindende gemeenschappelijke
gedeelten en/of gemeenschappelijke zaken, zijn voor rekening en risico van de betrokken
eigenaars.
2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor schade die veroorzaakt is door een
evenement dat buiten de betrokken privé gedeelten heeft plaatsgehad. In dat geval komt
de schade voor de eigenaars gezamenlijk, onverminderd hun verhaal op degene die voor
de schade aansprakelijk is.
3. Alle zich in het privé gedeelte bevindende gemeenschappelijke gedeelten en/of
gemeenschappelijke zaken zijn voor rekening en risico van de eigenaars gezamenlijk,
onverminderd hun verhaal op degene die voor de schade aansprakelijk is.

Artikel 22

1. Iedere eigenaar en gebruiker die recht heeft op het gebruik van een privé gedeelte, voor
zover bestemd tot tuin, is verplicht deze voor zijn rekening als tuin aan te leggen en te
onderhouden met inachtneming van de besluiten van de vergadering en van het bepaalde
in het huishoudelijk reglement. Hieronder is begrepen het onderhouden en zo nodig
vernieuwen van erfafscheidingen en schuren.
2. Titel 4 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is op de eigenaars en de gebruikers van
toepassing.
3. Het is niet geoorloofd zonder toestemming van de vergadering opgaand hout in de tuin te
hebben, waardoor het uitzicht van de andere eigenaars of gebruikers en het ontvangen van
licht en lucht door de ramen en openingen van het gebouw zouden worden belemmerd.
Evenmin is het geoorloofd zonder deze toestemming auto’s, caravans, boten, trailers,
tenten en dergelijke in de tuin te plaatsen.
4. Het is evenmin zonder toestemming van de vergadering geoorloofd tegen de muren
planten of heesters te laten opgroeien tot voorbij vijftig centimeter beneden het laagste
raamkozijn van de eerste verdieping van het gebouw.
5. De vergadering kan een reeds verleende toestemming intrekken.

Artikel 23

Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht alle handelingen na te laten, waardoor schade kan
worden toegebracht aan de belangen van hypotheekhouders en andere beperkt gerechtigden en
hij is verplicht alles te doen wat dienstig kan zijn ter voorkoming van die schade.

H. Het in gebruik geven door een eigenaar van zijn privé gedeelte aan een gebruiker

Artikel 24

1. Een eigenaar kan zijn privé gedeelte met inbegrip van de gemeenschappelijke gedeelten
en/of de gemeenschappelijke zaken en rechten aan een ander in gebruik geven, mits hij er
voor zorgdraagt dat die ander het gebruik slechts verkrijgt na ondertekening van en afgifte
aan het bestuur van een in tweevoud opgemaakte en gedagtekende verklaring dat hij de
bepalingen van het reglement en het eventuele huishoudelijk reglement, alsmede
eventuele regels als bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover die op
een gebruiker betrekking hebben, zal naleven.
2. Van de in het eerste lid bedoelde verklaring behoudt zowel de gebruiker als het bestuur
een exemplaar.
3. De in het eerste lid bedoelde verklaring zal geacht worden ook betrekking te hebben op
besluiten en bepalingen die eerst na die verklaring worden genomen respectievelijk
vastgesteld, tenzij een beroep op die besluiten en bepalingen jegens de gebruiker in strijd
zou zijn met de redelijkheid en billijkheid.
4. Het bestuur zal de gebruiker van iedere aanvulling of verandering van het reglement of het
eventuele huishoudelijk reglement, alsmede van eventuele regels als bedoeld in artikel
5:128 van het Burgerlijk Wetboek, op de hoogte stellen.
5. Niettegenstaande de ingebruikgeving van een privé gedeelte aan een ander, blijft de
eigenaar aansprakelijk voor de verplichtingen die uit het reglement voortvloeien. De
eigenaar en de gebruiker kunnen gezamenlijk schriftelijk aan het bestuur mededelen dat de
door de eigenaar verschuldigde definitieve en voorschotbijdragen door de gebruiker zullen
worden voldaan.

Artikel 25

1. Het bestuur kan te allen tijde verlangen dat de gebruiker zich jegens de vereniging als borg
verbindt voor de eigenaar, en wel voor de betaling van hetgeen laatstgenoemde ingevolge
het reglement aan de vereniging schuldig is of zal worden.
2. Voormelde borgtocht zal zich slechts uitstrekken tot verplichtingen van de betrokken
eigenaar die opeisbaar worden na het tijdstip waarop per aangetekende brief door het
bestuur aan de gebruiker is medegedeeld, dat de vereniging van de in het vorige lid
bedoelde bevoegdheid gebruik wenst te maken. Bovendien zal de gebruiker uit hoofde van
de hier bedoelde borgtocht per maand nimmer meer verschuldigd zijn dan een bedrag,
overeenkomende met de geschatte maandelijkse huurwaarde van het desbetreffende privé
gedeelte.

Artikel 26

1. De eigenaars zijn verplicht er voor zorg te dragen, dat hun privé gedeelte niet betrokken
wordt door iemand die de in artikel 24 bedoelde verklaring niet getekend heeft.
2. De gebruiker die zonder de in artikel 24 bedoelde verklaring getekend te hebben of zonder
de in artikel 25 bedoelde verplichting te zijn nagekomen een privé gedeelte betrokken heeft
dan wel in gebruik houdt, kan door het bestuur hieruit verwijderd worden en hem kan het
gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en/of de gemeenschappelijke zaken en
rechten worden ontzegd.
3. Indien iemand zonder enige titel een privé gedeelte betrokken heeft, neemt het bestuur alle
noodzakelijke maatregelen die kunnen leiden tot ontruiming van het privé gedeelte.
Het bestuur gaat niet tot ontruiming over dan nadat het de betrokkene tot ontruiming heeft
aangemaand.
In dit geval kan aan de betrokkene in ieder geval het gebruik van de gemeenschappelijke
gedeelten en gemeenschappelijke zaken ontzegd worden.

I. Ontzegging van het gebruik van privé gedeelten

Artikel 27

1. Aan de eigenaar die zelf het recht van gebruik uitoefent en die:
a. de bepalingen van het reglement of het eventuele huishoudelijk reglement of de eventuele
regels als bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk Wetboek niet nakomt of overtreedt;
b. zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag jegens andere eigenaars en/of gebruikers;
c. door zijn aanwezigheid in het gebouw aanleiding geeft tot ernstige verstoring van de rust in
het gebouw;
d. zijn financiële verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, kan door de vergadering
een waarschuwing worden gegeven dat indien hij ondanks deze waarschuwing binnen een
jaar nadat hij deze heeft ontvangen andermaal een of meer der genoemde gedragingen
verricht of voortzet, de vergadering kan overgaan tot de in het volgende lid bedoelde
maatregel.
2. Worden een of meer der in het vorige lid bedoelde gedragingen binnen genoemde termijn
andermaal gepleegd of worden deze voortgezet, dan kan de vergadering besluiten tot
ontzegging van het gebruik van het privé gedeelte dat aan de eigenaar toekomt alsmede
van het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken
en rechten.
3. De vergadering besluit niet tot het geven van een waarschuwing of besluit niet tot
ontzegging van het gebruik dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de eigenaar. De
oproeping geschiedt tenminste veertien dagen vóór de dag van de vergadering, en wel bij
aangetekende brief met vermelding van de gerezen bezwaren. De eigenaar kan zich ter
vergadering doen vertegenwoordigen of doen bijstaan door een raadsman.
4. De in dit artikel bedoelde besluiten moeten worden genomen met een meerderheid van
tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste
twee/derde van het totaal aantal stemmen vertegenwoordigd is. Kan op grond van het in de
vorige zin bepaalde geen geldig besluit worden genomen, dan zal een nieuwe vergadering
worden uitgeschreven. Artikel 38 zesde lid is van overeenkomstige toepassing.
5. De in dit artikel bedoelde besluiten worden door het bestuur bij aangetekende brief ter
kennis van de belanghebbende en van de op zijn appartementsrecht ingeschreven
hypotheekhouders gebracht. De besluiten zullen de gronden vermelden die tot de
maatregel hebben geleid.
6. Een besluit tot ontzegging van het hierboven bedoelde gebruik zal niet eerder ten uitvoer
mogen worden gelegd dan na verloop van een maand na verzending van de kennisgeving
als in het vijfde lid bedoeld. Beroep op de rechter ingevolge artikel 5:130 van het Burgerlijk
Wetboek schorst de tenuitvoerlegging van het genomen besluit, tenzij de rechter anders
bepaalt.
7. Indien een eigenaar zijn privégedeelte in gebruik heeft gegeven, is het in de vorige leden
bepaalde op de gebruiker van toepassing, wanneer deze een gedraging verricht als
vermeld in het eerste lid, of indien hij niet voldoet aan de financiële verplichtingen
voortvloeiende uit de door hem gestelde borgtocht.
8. Indien een ondereigenaar of de gebruiker van diens privé gedeelte een gedraging verricht
als bedoeld in het eerste lid, kan de vergadering van eigenaars besluiten dat de
vergadering van ondereigenaars tegenover diegene die de overtreding begaan heeft een
besluit tot ontzegging van het gebruik als in het eerste lid bedoeld zal moeten nemen, in
welk geval de desbetreffende vergadering van ondereigenaars verplicht is een zodanige
maatregel te nemen met toepassing van het in dit artikel bepaalde.

J. Vervreemding van een appartementsrecht

Artikel 28

1. Een appartementsrecht kan worden vervreemd.
Onder vervreemding valt ook toedeling, alsmede vestiging van de beperkte rechten van
vruchtgebruik, van gebruik en/of bewoning en van erfpacht.
2. Voor de terzake van het vervreemde appartementsrecht verschuldigde voorschotbijdragen
en definitieve bijdragen die in het lopende of in het voorafgaande boekjaar opeisbaar zijn
geworden of nog zullen worden, zijn de vervreemder en de verkrijger hoofdelijk
aansprakelijk.
3. Uitsluitend de vervreemder is aansprakelijk voor de extra voorschotbijdragen als bedoeld in
artikel 38 zevende lid, en de definitieve bijdragen die verschuldigd zijn als gevolg van
besluiten van de vergadering als bedoeld in artikel 38 vijfde lid, die tot stand gekomen zijn
in het tijdvak gedurende hetwelk hij eigenaar was.
Hetzelfde geldt voor bijzondere bijdragen verschuldigd terzake van andere rechtsfeiten, die
in voormeld tijdvak hebben plaatsgehad.
4. Uitsluitend de verkrijger is aansprakelijk voor verzekeringspremies en de verschuldigde
vergoeding aan het bestuur of administratief beheerder, voor zover deze premie of deze
vergoeding opeisbaar is geworden na de vervreemding.
5. Het bestuur draagt zorg dat alle daarvoor in aanmerking komende overeenkomsten op
naam van de verkrijger gesteld worden.
6. Het bestuur is bevoegd voor de nakoming van de in het tweede, derde en vierde lid
bedoelde verplichtingen voldoende zekerheid te verlangen.
7. Indien de vereniging terzake van de eigendomsovergang een financi‘le bijdrage
verschuldigd is aan de administratief beheerder, komt deze ten laste van de vervreemder.
8. De informatiekosten komen ten laste van de verkrijger.

K. Overtredingen

Artikel 29

1. Bij overtreding of niet-nakoming van een der bepalingen van de wet, van het reglement of
van het eventuele huishoudelijk reglement, hetzij door een eigenaar, hetzij door een
gebruiker, zal het bestuur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen
per aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding of niet-nakoming.
2. Indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan het
bestuur hem een boete opleggen van ten hoogste een bedrag dat door de vergadering
voor zodanige overtredingen of niet-nakoming is bepaald voor elke overtreding of nietnakoming, onverminderd de gehoudenheid van de betrokkene tot schadevergoeding, zo
daartoe termen aanwezig zijn, en onverminderd de andere maatregelen, welke de
vergadering kan nemen krachtens de wet of het reglement.
3. De te verbeuren boeten komen ten bate van de vereniging.
4. Indien het bedrag van de boete niet tijdig wordt voldaan is artikel 6 eerste lid van
toepassing.
5. Voor de toepassing van dit artikel wordt een ondereigenaar gelijkgesteld aan een eigenaar.

L. Oprichting en vaststelling van de statuten van de vereniging van eigenaars

I. Algemene bepalingen

Artikel 30

1. Bij de akte wordt opgericht een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 5:112 eerste
lid onder e van het Burgerlijk Wetboek.
2. De naam van de vereniging en de gemeente waar zij haar zetel heeft worden in de akte
bepaald.
3. De vereniging heeft ten doel het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de
eigenaars.

Artikel 31

De middelen van de vereniging worden gevormd door de bijdragen door de eigenaars
verschuldigd overeenkomstig de bepalingen van het reglement, alsmede door andere baten.

Artikel 32

1. Er kan krachtens besluit van de vergadering een reservefonds worden gevormd, ter
bestrijding van andere kosten dan bedoeld in artikel 4 eerste lid tweede zin. Aan dat fonds
zal geen andere bestemming worden gegeven tenzij krachtens besluit van de vergadering
met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 38 vijfde lid, dan wel na
opheffing van de splitsing.
De bijdragen tot het resevefonds worden gerekend tot de gezamenlijke schulden en kosten
als bedoeld in artikel 5 eerste lid.
2. De gelden van het reservefonds worden krachtens besluit van de vergadering
gedeponeerd op een afzonderlijke bankrekening ten name van de vereniging.
3. Over de in het vorige lid bedoelde gelden kan slechts door de voorzitter van de vergadering
en één van de eigenaars, die daartoe door de vergadering zal worden aangewezen, en na
bekomen machtiging daartoe van de vergadering, worden beschikt.
4. De vergadering zal kunnen besluiten tot belegging van de geldmiddelen van het
reservefonds, welke belegging echter niet anders zal mogen geschieden dan op de wijze
als aangegeven in de Beleggingswet.
5. De waardepapieren zullen moeten worden bewaard op de wijze als door de vergadering
bepaald.

II. Vergadering van eigenaars

Artikel 33

1. De vergaderingen van eigenaars worden gehouden op een door het bestuur vast te stellen
plaats.
2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering
gehouden, waarin, in overeenstemming met artikel 4 eerste lid, door het bestuur de
exploitatierekening over het afgelopen boekjaar wordt voorgelegd die door de vergadering
moet worden vastgesteld voor de bepaling van de definitieve bijdrage door iedere
eigenaar. In deze of een eerdere vergadering wordt tevens de begroting vastgesteld voor
het aangevangen of het komende boekjaar.
3. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur of de voorzitter van de
vergadering zulks nodig acht, alsmede indien een aantal eigenaars dat tenminste tien
procent van het aantal stemmen kan uitbrengen zulks schriftelijk verzoekt aan het bestuur.
4. Indien een door eigenaars verlangde vergadering niet door het bestuur wordt
bijeengeroepen op een zodanige termijn, dat de verlangde vergadering binnen één maand
na binnenkomen van het verzoek wordt gehouden, zijn de verzoekers bevoegd zelf een
vergadering bijeen te roepen met inachtneming van dit reglement.
5. Door de vergadering wordt al dan niet uit de eigenaars een voorzitter benoemd. Voor de
eerste maal kan de benoeming van de voorzitter bij de akte geschieden.
Tenzij bij de benoeming anders is bepaald wordt de voorzitter voor onbepaalde tijd
benoemd. Hij kan te allen tijde door de vergadering worden ontslagen.
6. De voorzitter is belast met de leiding van de vergadering; bij zijn afwezigheid voorziet de
vergadering zelf in haar leiding.
7. Indien het bestuur uit meer dan een persoon bestaat, kunnen de functies van voorzitter van
het bestuur en voorzitter van de vergadering in één persoon verenigd zijn. In dat geval
zullen alle bepalingen in dit reglement of een eventueel huishoudelijk reglement welke een
machtiging van het bestuur door de voorzitter van de vergadering voorschrijven voor nietgeschreven worden gehouden.
8. De oproeping ter vergadering vindt plaats met een termijn van tenminste vijftien dagen – de
dag van oproeping en van vergadering daaronder niet medegerekend – en wordt
verzonden naar de werkelijke of, in overeenstemming met artikel 1:15 van het Burgerlijk
Wetboek, de gekozen woonplaats van de eigenaars; zij bevat de opgave van de punten
der agenda alsmede de plaats en het tijdstip van de vergadering.
9. De aanwezigheid ter vergadering blijkt uit de vóór de aanvang van de vergadering
ondertekende presentielijst.

Artikel 34

1. Stemgerechtigd zijn de eigenaars, onverminderd het bepaalde in artikel 5:123 derde lid van
het Burgerlijk Wetboek.
2. Het totaal aantal stemmen en het aantal stemmen dat ieder der eigenaars kan uitbrengen
worden in de akte bepaald.
3. In geval van ondersplitsing zal het stemrecht dat aan het in de ondersplitsing betrokken
appartementsrecht toekomt, worden uitgebracht op de wijze en in de verhouding zoals bij
de ondersplitsing is bepaald, met dien verstande dat de onderlinge verhouding tussen het
stemrecht verbonden aan het ondergesplitste appartementsrecht en de andere
appartementsrechten niet gewijzigd wordt.
De vergadering kan in geval van ondersplitsing besluiten het aantal uit te brengen
stemmen te verveelvoudigen, doch slechts onder handhaving van de onderlinge
stemverhouding tussen de eigenaars als in de akte is bepaald.
De stemmen voor het in de ondersplitsing betrokken appartementsrecht behoeven niet
eensluidend te worden uitgebracht.
Bij de ondersplitsing wordt tevens geregeld wie ter vergadering het stemrecht voor het
betrokken appartementsrecht uitoefent.

Artikel 35

1. Indien een appartementsrecht, anders dan ingeval van ondersplitsing, aan meer eigenaars
toekomt zullen dezen hun stemrecht in de vergadering slechts kunnen uitoefenen door
middel van één hunner of van een derde, daartoe schriftelijk aangewezen.
2. Indien zij over hun vertegenwoordiging ter vergadering niet tot overeenstemming kunnen
komen, is de meest gerede hunner bevoegd de kantonrechter te verzoeken een derde aan
te wijzen als vertegenwoordiger.

Artikel 36

Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijke gevolmachtigde al dan
niet lid van de vereniging, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het
stemrecht uit te oefenen, wat dit laatste betreft met inachtneming van het bepaalde in artikel 34
derde lid en artikel 35 eerste lid.

Artikel 37

1. Alle besluiten waarvoor in dit reglement of krachtens de wet geen afwijkende regeling is
voorgeschreven worden genomen met volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen.
2. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Indien bij
stemming over personen geen hunner de volstrekte meerderheid der uitgebrachte
stemmen verkrijgt, wordt herstemd tussen de twee personen, die de meeste stemmen op
zich verenigd hebben.
Indien meer dan twee personen de meeste stemmen verkregen hebben, wordt door loting
uitgemaakt, welke twee van hen voor herstemming in aanmerking komen.
Indien het grootste aantal stemmen slechts door één persoon is verkregen, zal worden
herstemd tussen die persoon en een persoon die een aantal stemmen verkregen heeft
welk het dichtst bij het grootste aantal stemmen ligt, en indien meer personen in dit laatste
geval verkeren, zal door het lot worden beslist, wie van hen voor herstemming in
aanmerking komt. Bij deze tweede stemming is alsdan gekozen hij, die de meeste
stemmen op zich verenigd heeft, terwijl ingeval bij deze tweede stemming de stemmen
staken het lot beslist.
3. Blanco stemmen zijn slechts van betekenis ter bepaling van het quorum.
4. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel, waarmede alle eigenaars
schriftelijk hun instemming hebben betuigd.
5. In een vergadering, waarin minder dan de helft van het in artikel 34 tweede lid bedoelde
totaal aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen,
tenzij het besluiten betreft met betrekking tot posten die door de vergadering
overeenkomstig artikel 5 eerste lid en artikel 33 tweede lid op de jaarlijkse begroting zijn
geplaatst, voor zover deze posten met niet meer dan tien procent worden overschreden, of
met betrekking tot uitgaven waarvoor een speciale reserve is gevormd.
Kan op grond van het in de vorige zin bepaalde geen geldig besluit worden genomen, dan
zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven.
Artikel 38 zesde lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 38

1. De vergadering beslist over het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken en rechten, voor zover de beslissing hierover niet aan het
bestuur toekomt.
2. De beslissing over het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de
gemeenschappelijke zaken berust bij het bestuur. Het bestuur kan echter geen
onderhoudswerkzaamheden opdragen die een bedrag dat door de vergadering zal worden
vastgesteld te boven gaan, tenzij het daartoe vooraf door de vergadering is gemachtigd.
3. De vergadering beslist over de kleur van het buitenverfwerk alsmede over de kleur van dat
gedeelte van het binnenverfwerk hetwelk moet geschieden aan de gemeenschappelijke
gedeelten en de gemeenschappelijke zaken voor zover deze zich niet in de privé gedeelten
bevinden.
4. Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering
van de besluiten der vergadering, voor zover dit redelijkerwijze van hem verlangd kan
worden. Lijdt hij als gevolg hiervan schade dan wordt deze hem door de vereniging
vergoed.
5. Besluiten door de vergadering tot het doen van buiten het onderhoud vallende uitgaven die
een totaal door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaan, kunnen slechts
worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal
uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of
vertegenwoordigd is, dat tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan
uitbrengen. In een vergadering, waarin minder dan twee/derde van het in de vorige zin
bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit
worden genomen.
6. In het in de laatste zin van het vorige lid bedoelde geval zal een nieuwe vergadering
worden uitgeschreven, te houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de
eerste.
In de oproep tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan dat de komende
vergadering een tweede vergadering is als bedoeld in dit artikel. In deze vergadering zal
over de aanhangige onderwerpen een besluit kunnen worden genomen ongeacht het
aantal stemmen, dat ter vergadering kan worden uitgebracht.
7. Indien door de vergadering overeenkomstig het in het vijfde of het zesde lid bepaalde tot
het doen van een uitgave wordt besloten, wordt tevens de extra voorschotbijdrage bepaald,
welke door het bestuur te dier zake van de eigenaars kan worden gevorderd. De uitvoering
van zodanige besluiten kan eerst geschieden wanneer de voor de uitvoering benodigde
gelden in de kas van de vereniging gereserveerd zijn.
8. Het in het vijfde lid en zesde lid bepaalde geldt eveneens voor besluiten tot verbouwing of
voor besluiten tot het aanbrengen van nieuwe installaties of tot het wegbreken van
bestaande installaties, voor zover deze niet als een uitvloeisel van het onderhoud zijn te
beschouwen. De eigenaar die van zodanige maatregel geen voordeel trekt is niet verplicht
in de kosten hiervan bij te dragen.
9. Op besluiten van de vergadering van eigenaars als bedoeld in artikel 5:131 vierde lid van
het Burgerlijk Wetboek is het in het vijfde lid bepaalde van overeenkomstige toepassing.

Artikel 39

1. Tot het aangaan van overeenkomsten waaruit regelmatig terugkerende verplichtingen die
zich over een langere periode dan een jaar uitstrekken voortvloeien, kan slechts door de
vergadering worden besloten, voor zover de mogelijkheid hiertoe uit het reglement blijkt.
2. Het onder het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op overeenkomsten die betrekking
hebben op het administratief beheer of op het technisch beheer en onderhoud.

Artikel 40

1. Van het verhandelde in de vergadering worden, tenzij hiervan een notarieel proces-verbaal
wordt opgemaakt, onderhandse notulen gehouden, welke worden vastgesteld in dezelfde
of de eerstvolgende vergadering en als blijk daarvan door de voorzitter worden
ondertekend.
2. Iedere eigenaar kan te allen tijde inzage van de notulen verlangen.

III. Bestuur van de vereniging

Artikel 41

1. Het bestuur berust bij één of meer bestuurders, die al dan niet uit de eigenaars door de
vergadering worden benoemd.
In het geval dat er meer bestuurders zijn, benoemen zij één hunner tot voorzitter van het
bestuur. Tevens benoemen zij een secretaris en een penningmeester uit hun midden;
beide functies kunnen in één persoon verenigd worden.
2. De bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd en kunnen te allen tijde worden
ontslagen.
3. Het bestuur beheert de middelen van de vereniging, waaronder begrepen de gelden
gereserveerd voor het periodiek onderhoud en de noodzakelijke vernieuwingen als bedoeld
in artikel 4 eerste lid, onverminderd het bepaalde in artikel 32. De vergadering kan regels
vaststellen met betrekking tot het beheer van middelen van de vereniging.
De vergadering kan besluiten de administratie – waaronder dient te worden verstaan het
incasseren van alle ontvangsten en het doen van alle uitgaven, het voeren van de
boekhouding in de meest uitgebreide zin en het verstrekken van de nodige specificaties en
opgaven aan de eigenaars en het bestuur, zoals een en ander nader zal worden geregeld
in de desbetreffende overeenkomst – op te dragen aan een door haar aan te wijzen
administratief beheerder en onder de voorwaarden als door haar met die beheerder zullen
worden overeengekomen.
4. Het bestuur behoeft de machtiging van de vergadering voor het instellen van en berusten
in rechtsvorderingen en het aangaan van dadingen, alsmede voor het verrichten van
rechtshandelingen en het geven van kwijtingen een belang van een nader door de
vergadering vast te stellen bedrag te boven gaande.
Het bestuur behoeft geen machtiging om in een geding verweer te voeren en voor het
nemen van conservatoire maatregelen.
5. Voor zover in verband met de omstandigheden het nemen van spoedeisende maatregelen
welke uit een normaal beheer kunnen voortvloeien noodzakelijk is, is het bestuur zonder
opdracht van de vergadering hiertoe bevoegd, met dien verstande dat het voor het
aangaan van verbintenissen een belang van een nader door de vergadering vast te stellen
bedrag te boven gaande de machtiging nodig heeft van de voorzitter van de vergadering.
6. Het bestuur is verplicht aan iedere eigenaar alle inlichtingen te verstrekken betreffende de
administratie van het gebouw en het beheer van de fondsen welke die eigenaar mocht
verlangen en hem op zijn verzoek inzage te verstrekken van alle op die administratie en
dat beheer betrekking hebbende boeken, registers en bescheiden; het houdt de eigenaars
op de hoogte van het adres en het telefoonnummer van het bestuur.
7. Het bestuur dient te bestaan uit een oneven aantal personen. Indien het bestuur uit meer
dan een bestuurslid bestaat, besluit het bestuur bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen in een bestuursvergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of
schriftelijk vertegenwoordigd zijn.
Artikel 38 zesde lid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de nieuwe
vergadering niet vroeger dan een week na de eerste kan worden gehouden.

Artikel 42

Het bestuur legt een register aan van eigenaars en gebruikers.
Na kennisgeving als bedoeld in de artikelen 5:122 tweede lid en 5:123 vierde lid van het Burgerlijk
Wetboek en na ontvangst van de verklaring als bedoeld in artikel 24 eerste lid wordt het register
door het bestuur bijgewerkt.

Artikel 43

Het bestuur is verplicht de kasmiddelen van de vereniging te plaatsen bij een bank op een
rekening ten name van de vereniging.

M. Huishoudelijk Reglement

Artikel 44

1. De vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen ter regeling van de volgende
onderwerpen:
a. het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken; de
regels als bedoeld in artikel 5:128 van het Burgerlijk Wetboek moeten in het huishoudelijk
reglement worden opgenomen en daarvan deel uitmaken;
b. het gebruik van privŽ gedeelten;
c. de orde van de vergadering;
d. de instructie aan het bestuur;
e. al hetgeen overigens naar het oordeel van de vergadering regeling behoeft;
f. alles voor zover dit niet reeds in het reglement is geregeld.
Bepalingen in het huishoudelijk reglement die in strijd zijn met de wet of het reglement worden
voor niet-geschreven gehouden.
2. Het huishoudelijk reglement kan door de vergadering slechts worden vastgesteld, gewijzigd
en aangevuld met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal uitgebrachte
stemmen in een vergadering waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of
vertegenwoordigd is dat tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan
uitbrengen. Kan op grond van het in de vorige zin bepaalde geen geldig besluit worden
genomen, dan zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven. Artikel 38 zesde lid is
van overeenkomstige toepassing.
3. Bij vervreemding van een appartementsrecht is de verkrijger die het privé gedeelte zelf in
gebruik wil nemen verplicht een verklaring te tekenen dat hij de bepalingen van het
huishoudelijk reglement zal naleven.

N. Slotbepaling

Artikel 45

Al het vorenstaande geldt voor zover bij de akte niet anders is bepaald.

Lees ook:

Blijf op de hoogte

Het laatste VvE.nl nieuws in jouw mailbox. Meld je nu aan voor de VvE.nl nieuwsbrief!